Menu
Plan je bezoek

Door onderzoek van het Rijksmuseum kon begin vorig jaar een anoniem vanitasstilleven (1627) uit onze collectie worden toegeschreven aan Jan Lievens. Inmiddels is het werk gerestaureerd en sinds begin juni 2016 weer te zien in Kasteel het Nijenhuis bij Heino.

Restauratie

Na onderzoek door het Rijksmuseum Amsterdam werd het werk compleet gerestaureerd. Het werk werd o.a. schoongemaakt en de vernislaag werd verwijderd en opnieuw aangebracht.

Herkomst

Het paneel is, toen het circa 1928 in het bezit kwam van Dirk Hannema, aan diverse kunstenaars toegeschreven. Na onderzoek door het Rijksmuseum Amsterdam is in 2015 vast komen te staan dat het schilderij daadwerkelijk van de hand van Lievens is, één van de belangrijkste Hollandse 17e-eeuwse meesters. 

Dirk Hannema, stichter van Museum de Fundatie, verwierf het Vanitasstilleven uit een Engelse particuliere collectie. In het boek 'Flitsen uit mijn leven als verzamelaar en museumdirecteur' schreef hij in 1973 dat hij het paneel “ongeveer vijf en veertig jaar geleden voor enkele honderden guldens” had verkregen. Ervan uitgaand dat Hannema’s herinnering juist is, zou hij het schilderij rond 1928 gekocht moeten hebben. Hannema was toen directeur van Museum Boymans in Rotterdam. Naast de verwerving van werken voor de collectie van het museum was Hannema ook bezig een eigen verzameling op te bouwen.“Kunst verzamelen is een kwestie van aanleg. Men moet weten wat men wil en de overtuiging hebben dat het zó moet zijn”, schreef hij in Flitsen. Toch was de charismatische Hannema met zijn overtuigingen niet altijd onfeilbaar. Zelf werd hij niet gehinderd door zijn twijfelachtige reputatie op het gebied van toeschrijvingen. De kwestie rond het door hem aan Vermeer toegeschreven schilderij De Emmaüsgangers – zijn aankoop voor Museum Boymans die een vervalsing door Han van Meegeren bleek te zijn – bleef hem achtervolgen, hoewel relativerend gezegd moet worden dat men toentertijd algemeen van mening was dat het hier om een Vermeer ging. 

“Kunst verzamelen is een kwestie van aanleg. Men moet weten wat men wil en de overtuiging hebben dat het zó moet zijn” (Dirk Hannema)

Toen Hannema het Vanitasstilleven in 1933 in bruikleen gaf voor de tentoonstelling  Het Stilleven bij Kunsthandel Goudstikker in Amsterdam, wilde Goudstikker het werk duiden als een Rembrandt. Ook kunstcriticus H.P. Bremmer schreef het paneel in het periodiek Beeldende Kunst (nr. 34, jrg. 20, 1933-1934) toe aan Rembrandt. Hannema was echter van mening dat het werk een samenwerking van Rembrandt en Lievens moest zijn. Op zijn speciaal verzoek heeft Goudstikker het werk vervolgens als “Leidsche School 17de eeuw” tentoongesteld. In 1947 gaf de Zweedse kunsthistoricus Ingvar Bergström aan dat het schilderij mogelijk van de Engelse kunstenaar David Bailly zou kunnen zijn. Hannema nam deze toeschrijving over: in zijn inboedelinventaris uit 1948 stond de Vanitas als werk van Bailly omschreven. Maar in de collectiecatalogus van de Stichting Hannema-de Stuers Fundatie uit 1967 komt Hannema hier op terug. Hij beschrijft daarin het schilderij als een typisch Leids stilleven en noemt de met elkaar bevriende en in hetzelfde atelier werkzaam zijnde historie- en portretschilders Rembrandt en Lievens als makers van het werk: “Het lijkt daarom juist, deze breed geschilderde Vanitas, aan een samenwerking van beide meesters toe te schrijven, in het midden latend waar de ene schilder ophoudt en de andere begint, waar de schildering van de ene meester door de andere wordt overgenomen.”