- Vanaf: 20 juni 2026
- Tot en met: 20 september 2026
- Locatie: Museum de Fundatie
Cremer in context - De vroege jaren
“Ik sodemieter verf op een doek, ik druip spat sla schop. Ik vecht met verf.” Met deze woorden positioneerde Jan Cremer zich in 1959 als kunstenaar. Tegelijkertijd nam hij stelling tegen het werk van zijn tijdgenoten. Hij had “genoeg van hun gevoelige komposities, hun verfijnde kleurengammaas” en noemde het “allemaal rotzooi, estetika”. Dat Cremer nog steeds als enfant terrible van de Nederlandse kunst en literatuur wordt gezien, heeft alles te maken met het imago dat hij bewust zelf creëerde. Het beeld dat nog altijd van hem als schrijver bestaat, is steevast gekoppeld aan zijn boek Ik Jan Cremer, zoals zijn kunstenaarschap altijd verbonden is aan pasteuze en expressieve doeken. Woorden en verf als wapen. Zelfs na zijn overlijden vallen Cremer stereotype karakteriseringen als woeste wolf, barbaar en provocateur ten deel. Hij wordt nog altijd gezien als de schilder en schrijver die zich niet tot de kunstgeschiedenis en de literatuur verhield, een eenling die in Nederland in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw een totaal origineel en nieuw geluid vertegenwoordigde.
Maar hoe hemelbestormend en revolutionair was Cremer eigenlijk in de beginperiode van zijn carrière? Viel hij buiten de tijdgeest of was hij daar een exponent van? Want als je goed kijkt, verhoudt zijn kunstenaarschap zich juist tot de diverse stromingen van zijn tijd. De tentoonstelling Cremer in context – De vroege jaren plaatst hem dan ook terug in de kunstgeschiedenis, terwijl hij zichzelf daar eerder buiten zag. Met ruim dertig schilderijen van Cremer uit de collectie van onder meer Babette Cremer en Museum de Fundatie en diverse bruiklenen uit binnen- en buitenlandse collecties laten we de ontwikkeling van zijn vroege werk in de context van zijn tijd zien. Cremers ‘peinture barbarisme’ wordt getoond in samenhang met kunstenaars van de École de Paris, met CoBrA, Pop Art, materieschilderkunst en het abstract expressionisme, waarbij de nadruk ligt op het werk van vrouwelijke kunstenaars uit de jaren 1950 en 1960. Temidden van onder andere Appel, Armando, Bram Bogart, Helen Frankenthaler en Lotti van der Gaag krijgt Cremers positie als rebel binnen de kunsten en als voorhoeder van de moderne kunst een nieuwe lading. Daarnaast is er in de tentoonstelling aandacht voor het schrijverschap van Cremer en voor de raakvlakken tussen zijn werk als schrijver en schilder.

Manifest
Het door Jan Cremer en Jan Wesseling in 1959 geschreven manifest op beschadigde poten lopen – manifest aangaande de peinture barbarisme van cremer vormt een van de uitgangspunten van de tentoonstelling:
op beschadigde poten lopen
manifest aangaande de peinture barbarisme van cremer
een woest beest
hij werkt binnen het zachte vlees van de nacht. hij heeft de muitende manen van een barbaar. hij luistert naar de stilte waarin het uurwerk van zijn angst vele slagen overslaat. dit gaat ver.
wij ledigen de kleine glaasjes en vullen ze opnieuw. er is muziek. art blakey bouwt zijn boodschap in de barre vlakte van ons gehoor. (zie de kleine torren kruipen onder, in de hemel woont de onmacht van de mens, wij tellen de borrels niet meer). wij gaan verder dan de stem reikt. wij praten een pauze tussen de belegen lagen van uw huid. wij zeggen dat het een rotzooitje is dat de musea er vol mee hangen. wij lachen om de oude beschimmelde gefortuneerde heren die zorgvuldig de verf van hun vingers wrijven, hun bedroefde bril oppoetsen, sterven. (wij zijn de woeste wolven, wij ademen hun welstand aandachtig in, wij tellen de borrels niet meer). wij kotsen van de bloedarme bloeders van hun estetiese gijntjes, van hun goedgekapte hoofden van hun knapgesneden kostuums. zij hebben de lenige vingers van een prosituee. wij gaan verder dan de adem ruikt. wij ledigen de glaasjes en vullen ze. de barbarist zegt ‘er moet iets nieuws komen, het grote het waanzinnige. wij zullen de onmacht drinken uit de schedels van de halfzachten’. hij zegt ‘we hebben genoeg van hun gevoelige komposities hun verfijnde kleurengammaas. het is allemaal rotzooi, estetika. ik sodemieter verf op een doek, ik druip spat sla schop. Ik vecht met verf, soms win ik’.
want o wij zingen het soms wij gillen het soms in uw heilige huizen. niet wij willen het kleine geluk niet de kleine beleving niet de nijvere vlakvullinkjes van de jongens met de meccanodozen. het grote het waanzinnige. de blote emotie met de tatouages van de waanzin. wij ledigen de glaasjes en vullen ze opnieuw. het witte vocht gieten wij in onze snavels. wij zijn de grote roofvogels en zweven boven het zilte kind van uw zwijgen. de barbaren rukken u de ingewanden uit het lijf. zij begeleiden zich op de trommels van uw angstig zwetende voorhoofd. zij slopen de tempels van uw tekort. de barbarist zegt ‘zie de torren worden grote boze beesten. zij bewegen hun speeksel en zetten hun emoties om in verf’. hij hanteert het dode hout van zijn geboorte en bouwt een katedraal. als een lichtstaal bespringt hij het doek en doodt het begrip want het begrip gaat zich tebuiten aan de onmacht. hij torent boven u. zijn toorn is hevig.
wij ledigen de glaasjes en vullen ze opnieuw.
- Vanaf: 20 Jun 2026
- Tot en met: 20 Sep 2026
- Locatie: Museum de Fundatie
Bekijk ook deze tentoonstellingen
-
Beeldentuin
bij Kasteel het Nijenhuis
Kasteel Het Nijenhuis -
Fundatie Collectie: REMIX
Nieuwe perspectieven in het Kasteel
Kasteel Het Nijenhuis -
Museum Murals
Street art door Kenneth Letsoin & ONUR
Museum de Fundatie te gast -
Sprekende Koppen
Charlotte van Pallandt
Kasteel Het Nijenhuis -
Chourouk Hriech
In de 17e Hemel
Museum de Fundatie -
Kijk om je heen!
De Fundatie Collectie
Museum de Fundatie -
Back to Benin
Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed
Museum de Fundatie -
Umbild
Jules van Hulst & Wieger Steenhuis
Museum de Fundatie -
Buhlebezwe Siwani