Herkomstonderzoek Benin Brons
In november 2025 is de bronzen plaquette uit Benin, die onderdeel was van De Fundatie Collectie onvoorwaardelijk teruggeven. Voorafgaand aan de restitutie is over een periode van meer dan 15 jaar onderzoek naar dit object gedaan. Hoofd collecties Kristian Garssen & conservator hedendaagse kunst Aude Christel Mgba nemen ons mee in dit onderzoek.
De eerste stappen (2009 - 2020)
In deze periode maakte koloniale contexten nog geen deel uit van onderzoek naar museale collecties. Tussen 2009 en 2013 nam Museum de Fundatie deel aan het landelijke project herkomstonderzoek museale verwervingen vanuit de Nederlandse Museumvereniging. Het doel was om vast te stellen of objecten in collecties een geschiedenis van gedwongen bezitsverlies in de periode 1933–45 kenden.
De Benin brons die zich in de collectie van bevond werd bij dit onderzoek alleen in het kader van gedwongen bezitsverlies in de periode 1933-45 onderzocht. Met behulp van onder andere de collectiedatabase en het archief van het museum werd de herkomst voor zover mogelijk in kaart gebracht. Pas in 2020 kwam de discussie rondom koloniaal erfgoed op gang. In die periode kwam de plaquette weer inbeeld. Vanaf dat moment is het team aan de slag gegaan om de precieze oorsprong, authenticiteit en herkomstgeschiedenis verder aan te vullen.
Herkomst
Uit een aantekening van de grondlegger van Museum de Fundatie, Dirk Hannema, blijkt dat hij het reliëf in 1937 had gekocht via kunsthandel Carel van Lier in Amsterdam, die het in consignatie had van de Parijse handelaar Charles Ratton. Van Lier organiseerde in dat jaar een verkooptentoonstelling met verschillende objecten, waaronder het visreliëf. Ook bleek dat de plaquette te zien was op de beroemde tentoonstelling African Negro Art in 1935 in het MoMA in New York.
Bovendien draagt het reliëf nog een klein, witgeschilderd inventarisnummer van Ratton. Dit nummer correspondeert met de verzekeringslijst van de tentoonstelling. Een artikel in tijdschrift Cahiers d'art over de tentoonstelling Bronzes et ivoires du Bénin in het Musée d’Ethnographie du Trocadéro in Parijs (1932) wordt het reliëf genoemd en afgebeeld, met Ratton als eigenaar. Daarmee is de herkomst van 1932 tot de aankoop door Hannema in 1937 goed gedocumenteerd. Een scenario van gedwongen bezitsverlies in de jaren 1933–45 is daarmee vrijwel uitgesloten.
Over de vroegere herkomst is weinig bekend. In 1897 wordt het Benin-paleis geplunderd. De precieze reis van de plaquette kort na deze plundering is onbekend, totdat het in 1932 opduikt in het eerdergenoemde tijdschrift.
Onderzoek heeft wel uitgewezen dat in 1930 bij een veilinghuis in Londen een visreliëf werd verkocht, dat sterk overeenkomt met deze plaquette. Het vermoeden bestaat dat Ratton het object, via een tussenhandelaar of persoonlijk, hier verwierf. In de veilingcatalogus wordt vermeld dat dit object afkomstig was uit de collectie van een ‘gentleman’ en eerder werd tentoongesteld in het Brighton Museum. Dit ondersteunt de hypothese dat het reliëf via een Britse officier, die mogelijk betrokken was bij de plundering, in Engeland terecht is gekomen.

Materiaalonderzoek
In juli 2025 wordt een technisch materiaalonderzoek uitgevoerd. Een XRF-scan, een methode om de chemische samenstelling van een materiaal te onderzoeken, toonde aan dat het reliëf is vervaardigd uit messing, zonder sporen van nikkel. Dit sluit uit dat het om een moderne reproductie gaat en wijst erop dat het werk waarschijnlijk afkomstig is uit de historische Benin-productie.
Vervolgens is door NIGeL-laboratorium van de Vrije Universiteit Amsterdam een klein monster chemisch geanalyseerd. Het metaal bleek te bestaan uit messing met kleine hoeveelheden lood en tin, een samenstelling die overeenkomt met het messing dat in Benin werd gebruikt en met Europese manilla’s — koperlegeringen die destijds als ruilmiddel naar West-Afrika werden gebracht.
Een analyse van de verhouding van isotopen (koper of lood) vertoont bovendien sterke overeenkomsten met die van manilla’s, een oud betaalmiddel, uit het 18e-eeuwse scheepswrak bij Cape Cod, wat de historische authenticiteit van het reliëf verder bevestigt.
Ondank dat er veel duidelijk is geworden over het object, waaronder een bevestiging van de oorsrpong en authenticiteit, blijft één cruciale vraag onbeantwoord: hoe kwam het object na de plundering van 1897 uiteindelijk in 1932 in Parijs terecht?